| Beemsterroute
Afstand: 38 kilometer
Markering: Zeshoekig bord (ANWB)
Startplaats: o.a. De Rijp, Middenbeemster en Purmerend
Tussen 1550 en 1650 is in Holland bijna 30.000 ha water drooggemalen. Beleggen in nieuwe grond leverde winst op, want door de groeiende stadsbevolking nam de behoefte aan agrarische producten toe. De grond- en pachtprijzen schoten omhoog. Het geld voor de droogleggingen leverden de kooplieden uit de Hollandse steden die dankzij de handel schatrijk waren geworden en investeringsmogelijkheden zochten. In Hollands Gouden Eeuw was daarnaast de techniek zover ontwikkeld dat met windmolens vele meren achter elkaar konden worden drooggemalen.
De Beemster is tussen 1607 en 1612 drooggemalen met de financiële ondersteuning van de Amsterdammer Dirck van Os, die als administrateur van de VOC een groot kapitaal had verdiend. De technische leiding berustte bij Jan Adriaensz Leeghwater, molenbouwer uit De Rijp. In De Beemster heerst de rechte lijn van wegen en watergangen, die in evenwichtige vierkanten zijn neergelegd. Elk kavelblok meet 1850 bij 1850 meter en is door sloten in nog eens vier gelijkzijdige blokken verdeeld. Het idee voor deze vierkanten kwam van Romeinse kolonisatieprojecten. De Beemster is dan ook een toonbeeld van de kenmerken van de Renaisssance, waarin een klassiek schoonheidsideaal van evenwicht en harmonie werd nagestreefd. De Beemster staat dan ook op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Na bijna 400 jaar zijn de kavelpatronen nog goed te herkennen. Niet alleen de rechte verkaveling van De Beemster is tijdens deze route goed te zien, maar ook de kronkelige dijken en waterwegen van de beide Eilandspolders.
|